Afdeling 16. Het strand en de zee
Artikel 2:78 Begripsbepaling
  • 1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. strand: het binnen de gemeente gelegen zeestrand met inbegrip van de duinhellingen, de droogliggende banken en de afritten van wegen en paden die toegang geven tot het strand;

  • b. activiteitenstrand: het gedeelte van het strand waar bepaalde nader te noemen activiteiten zijn toegestaan. De volgende delen van het strand hebben dit gebruiksprofiel ‘activiteitenstrand’:

  • - Egmond-Binnen tussen km-paal 40.5 en 42.9

  • - Egmond aan Zee tussen km-paal 38.6 en 40.2

  • - Wimmenummer Duinen tussen km-paal 33.6 en 37.2

  • - Bergen aan Zee tussen km-paal 31.5 en 33.0

  • - Hargen aan Zee tussen km-paal 27.3 en 28.5

  • - Camperduin tussen km-paal 26.25 en 27.0;

  • c. zomerperiode: het gedeelte van het jaar van 1 mei tot 1 oktober;

  • d. winterperiode: het gedeelte van het jaar van 1 oktober tot 1 mei;

  • e. motorvoertuigen: motorvoertuigen als bedoeld in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • f. motorvaartuigen: vaartuigen met motor, waaronder in ieder geval ook begrepen een motorboot, een waterscooter, een jetski

  • g. niet-gemotoriseerde vaartuigen: vaartuigen zonder motor van geringe afmetingen en lichte constructie, waaronder in ieder geval begrepen een kano, zeilboot, (kite)surfplan, een rubberboot;

  • h. strand- en watersport: hieronder dient in ieder geval ook te worden begrepen, kanoën, deltavliegen, vliegeren met een vlieger die twee of meer stuurlijnen heeft;

  • i. losse vistuigen: losse tuigen of instrumenten om vis mee te vangen, waaronder in ieder geval begrepen verschillende soorten hengels;

  • j. vaste vistuigen: vaste tuigen of instrumenten om vis mee te vangen, waaronder in ieder geval begrepen visnetten, fuiken, warnetten, staande netten;

  • 2. Voor zover één van de artikelen van deze afdeling in strijd is met één van de artikelen uit de overige afdelingen en hoofdstukken is het artikel in deze afdeling van toepassing.

Artikel 2:79 Motorvoertuigen
  • 1. Het is verboden met motorvoertuigen op het strand te rijden, deze aldaar te brengen of te hebben.

  • 2. Het verbod geldt niet voor motorvoertuigen ten behoeve van het reddingswezen, beheer en onderhoud waterkering, schoonmaak, politie, brandweer, burgemeester/strandvonder, buitengewoon opsporingsambtenaren en personen in dienst van de gemeente Bergen, allen in de uitoefening van hun taak.

  • 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod:

    • a. in de zomerperiode slechts voor 10.00 uur en na 18.00 uur;
       

    • b. in de winterperiode gedurende de gehele dag met uitzondering van de zon- en feestdagen. In de winterperiode zijn op zon- en feestdagen motorvoertuigen slechts toegestaan voor 10.00 uur en na 18.00 uur.
       

Artikel 2:80 Niet-gemotoriseerde voertuigen
  • 1. Het is verboden met niet-gemotoriseerde voertuigen, waaronder in ieder geval begrepen een zeilwagen en een blowkart of windrijder, op het strand te rijden.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt gedurende de winterperiode niet op het activiteitenstrand.

  • 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor fietsen, met dien verstande dat fietsen in de zomerperiode alleen voor 10.00 uur en na 19.00 uur zijn toegestaan.

Artikel 2:81 Motorvaartuigen
  • 1. Het is verboden een vaartuig op het strand te hebben en zich met een vaartuig van het strand af in zee te begeven of zich daarmee in de aan het strand grenzende zeestrook binnen een afstand van 300 meter vanaf het strand te bevinden of daarmee te varen.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor motorvaartuigen ten behoeve van het reddingswezen, beheer en onderhoud van de kustlijn, politie, brandweer, burgemeester/strandvonder, buitengewoon opsporingsambtenaren en personen in dienst van de gemeente, allen in de uitoefening van hun taak.

  • 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 2:82 Niet-gemotoriseerde vaartuigen
  • 1. Het is gedurende de zomerperiode verboden een niet-gemotoriseerd vaartuig op het strand te hebben en zich in de zee te begeven.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op het activiteitenstrand.

Artikel 2:83 Plaatsen of onbeheerd achterlaten van attributen en voorwerpen
  • 1. Het is verboden attributen en voorwerpen op het strand te plaatsen of onbeheerd achter te laten.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het plaatsen van attributen en voorwerpen gedurende maximaal één dag mits bezoekers van het strand hierdoor niet worden gehinderd en mits verkeer op het strand hierdoor niet wordt belemmerd.

  • 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod bij een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening.

  • 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod aan huurders van het strand voor het stallen van motorvoertuigen en (motor)vaartuigen en loopplanken.

  • 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod aan hulpverleningsdiensten ten behoeve van het waarborgen van een vrije doorgang van de strandafgang naar de vloedlijn.

Artikel 2:84 Strand- en watersport
  • 1. Het is gedurende de zomerperiode verboden strand- en watersport op het strand en in de zee uit te oefenen.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op het activiteitenstrand.

Artikel 2:85 Sport en spel in groepsverband
  • 1. Het is gedurende de zomerperiode verboden sport en spel in groepsverband op het strand en in de zee uit te oefenen.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op het activiteitenstrand.

Artikel 2:86 Vissen
  • 1. Het is verboden in zee te vissen.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    • a. het vissen met losse vistuigen in de winterperiode;
       

    • b. het vissen met losse vistuigen in de zomerperiode op het activiteitenstrand;
       

    • c. het vissen met vaste vistuigen in de winterperiode op het strand tussen km-paal 36.5 en 39.5 en tussen km-paal 40.25 en 41.0