Na, zo als gewoonlijk, goede voorbereiding, gingen we 15 juni richting Noorwegen. Op ons gemak naar Hirshals (Denemarken) gereden en daar de boot naar Larvik (Noorwegen) genomen onder een stralende zon. Dit maal online een ticket geboekt, wel zo makkelijk.

Na enkele campings gaat de eerste hengel uit op de Strindmoen camping waar in het riviertje bij de camping forel te vangen is. Met een zeer lichte werphengel en een spinnertje van 3 gram waren de forelletjes goed te vangen. Voor grote forel (3 kg) moet je het meer op.

Onze volgende camping (Skaberget) ligt aan een fjord. We vissen daar altijd een paar dagen vanaf de kant. Een groot voordeel van deze camping is dat je er goed zeepieren kunt spitten voor de deur. We komen er al een aantal jaren zodat we de stekken weten. De visserij was echter niet bijzonder. Er was weinig kleine vis onder de kant, een voorwaarde dat grotere vis onder de kant komt. Het koude voorjaar heeft daar duidelijk invloed op. Dat was ook zo in 2012. De vangsten bestaan uit hoofdzaak gul, schelvis, koolvis en pollak (72 cm de grootste)

Vanuit deze camping kwamen we bij ons hoofddoel: eiland Leka (dinsdag 25 juni) waar we voor 14 dagen een visboot hadden gehuurd. De boot ligt altijd start klaar.

Op de boot bevinden zich een kaartplotter en dieptemeter. Maar ik neem altijd mijn eigen kaartplotter mee die in de loop der jaren aardig gevuld is met stekken. Traditioneel starten we met het vissen op Pollak bij een nabij gelegen vuurtoren. Dat viel zwaar tegen want er was nauwelijks pollak in tegenstelling tot vorig jaar. Helaas stond er vaak een voor ons een te harde wind en stroom. Zodra het mogelijk was dat we een keer op roodbaars konden vissen deden we dat. De vis zit altijd tussen de 100 en 150 meter. We visten daar doelbewust op omdat het een erg lekkere vis is. Meestal vang je er 2 tot 3 tegelijk. Zodra we er 4 hadden dan stopten we met deze visserij daar geen enkele roodbaars, zodra ze aan het oppervlakte komen, het overleeft.

2 mooie roodbaarzen.

Vrijdag hadden we eindelijk een windstille dag. Mijn vrouw met een wapperlijn van 3 meter en ik met een beaasde pilker. De visserij was matig. Maar door zo te vissen is er altijd wel een uitschieter nu ook weer; een kabeljauw van 14,5 kg gevangen door mijn vrouw en een pollak van 90 cm gevangen door mijn persoon.

Dat kabeljauw echte rovers zijn dat wisten we al. Op een gegeven moment zei mijn vrouw ik heb er weer één. Tegelijker tijd had ik er ook één aan de beaasde pilker. We haalden gelijk op en wat schetste onze verbazing er kwam slecht één vis boven water. De kabeljauw van rond de 80 cm had de haak van mijn vrouw geslikt en daarna mijn pilker gegrepen. Dat hadden we niet eerder meegemaakt.

We hadden natuurlijk altijd meeuwen rond de boot die geduldig wachtten op een gestripte koolvis of makreel. Verder gingen de kleine roodbaars over boord maar die moesten de meeuwen niet van wege de scherpe punten. Een jonge arend dacht daar anders over en na 4 à 5 pogingen ging hij/zij er met de roodbaars van door. Voor dit soort momenten stopten we met vissen.

Omdat slepend vissen met de lange dwarrellijn, het minst vermoeiend, toch de meeste vis opleverde ben ik ook overgestapt. De eerste en tevens laatste heilbot van 90 cm was het resultaat. Deze heilbot heb ik op de boot gefileerd en hadden daardoor vis genoeg voor de komende dagen. Een deel hebben we weggegeven aan onze naaste buurman die zo graag een heilbot wilde vangen.

 Heilbot 90 cm

De tweede week op Leka konden we nauwelijks vissen door het weer. Veel regen en wind. Alleen regen is niet zo erg want daar kun je je op kleden maar wind is uit den boze.

Na Leka hadden we een boot gehuurd op de Kvistero camping die 60 km ten zuiden van Leka ligt. Daar hebben we het viswater voor de deur. Door het koude voorjaar liepen de vangsten ook hier flink achter zo werd ons verteld door beheerder Jaap. Het weer werkte nog steeds niet mee en dus werd het 14 dagen een taaie visserij. We besloten in de Straumen ( 30 meter diep) slepend (snelheid 2,5 km/uur) te gaan vissen. Zo vingen we af en toe een gul tussen de 60 en 80 cm. Door de grote hoeveelheid regen die het fjord in stroomde zag het oppervlak water er bruin (modder vanuit de bergen) uit en dat was niet bevorderlijk voor de “zichtvissen”.

De tweede week werd het weer langzamerhand wat beter zodat we naar onze stekken konden. Het verbaasde ons dat we op 100 meter gulletjes vingen van rond de 40 cm. Op dieper water zat meer vis; leng (105 cm), lom, wijting, kleine roodbaars.

De laatste 2 dagen waren de beste qua resultaat. Ik ving er een prachtige heek van 105 cm. We hadden nog nooit een heek op Kvistero gevangen. De vis, een zeer lekkere, gefileerd en zo hadden we weer een paar dagen vis op het menu.

Heek 105 cm

 

Het viel ons op dat een aantal gullen in slechte conditie waren. Zelfs op ondiep water en niet geslikte haak gingen ze na zorgvuldig onthaken op hun kant. Dat gebeurt vaak alleen bij vissen uit diep water vanwege het drukverschil. Bij kabeljauw zie je al aan de buitenkant namelijk een gelige huid. Ook gullen met een dikke kop en slank (mager) lichaam weet je al die moet direct terug want het vlees is niet te eten.

Op Kvistero was voldoende (kleine) makreel die echter maar in kleine scholen rond zwommen. Later hoorden we dat er te veel makreel langs de Noorse kust zwom en dat de autoriteiten zich daar zorgen om maakten. Veel aasvis voor de vogels wordt zo opgegeten. Wij konden ook duidelijk zien dat er in tegenstelling tot vorige jaren er veel minder jonge meeuwen waren.

Op het eiland Runde waar een kolonie papegaaiduikers wonen, maakt men zich grote zorgen dat er te weinig voedsel is.

De autoriteiten waren druk bezig om voor elkaar te krijgen dat het quotum voor makreel te verhogen. Het evenwicht is dus zoek waar meer voorbeelden van te vinden zijn.

Na deze vier weken waren we op zee uitgevist. Wel nog een paar keer van de kant geprobeerd maar dat is lastig vissen. Vaak waar je kan vissen vanaf de kant is het ondiep en als het wel dieper is dan mag je wegens privé bezit er niet vissen. Blijft over stijgers en bij veerponten. Daar vang je meestal wel een visje.

Dus rijdend naar het zuiden heb ik nog een paar keer gevist op forelletjes. Dat is een leuke visserij want de forel is een felle rover.

Zo kwamen we in Langesund waar we de boot naar Hirshals namen. Dit is een nieuwe veerdienst van Fjordline.  De prijs was het zelfde als op de heen weg toen we met de

Color-line gingen. Maar deze uitbreiding levert wel meer mogelijkheden op voor een oversteek.

Terugkijkend kunnen we deze vakantie plaatsen in de top drie van de slechtste vakantie wat weer betreft. Vangsten zijn moeilijk te vergelijken en dat doen we ook niet.

Wij zijn sportvissers die niet zwaarder vissen dan met 300 gram lood en zijn dus bij wind van 3 tot 4 Beaufort uitgevist. Op Leka wordt veel vis meegenomen’. Er komen vissers met aanhangwagen en die gaan beladen terug. Het is ook te zien aan hun hengeluitrusting; zware hengels met grote reels. Menig hengel is uitgerust met een elektrische reel. Deze vissers zetten zo’n 300 meter lijn uit en vangen dan toch hun kabeljauw. Zo vist ieder op zijn eigen manier.

Jan en Vera van der Lingen.